link naar de RSS Feed van de laatste nieuwsberichten meld deze pagina op Twitter meld deze pagina op Facebook

Ons doopsel en verantwoordelijkheid

Vijfde woord ter bemoediging

gepubliceerd: maandag, 11 januari 2021
foto: Wim Koopman
Doopvont in de Sint-Janskathedraal
Doopvont in de Sint-Janskathedraal

Beste broe­ders en zusters,

Afgelopen zon­dag hebben wij met het feest van de Doop van de Heer, li­tur­gisch gezien, de Kerst­tijd afgesloten. De kerst­ver­sie­rin­gen in kerken en huizen wor­den opgeruimd. De kerst­stal kan weer naar zol­der. Het Evan­ge­lie van zon­dag maakte dui­de­lijk dat wij met Kerst­mis niet zomaar een geboorte hebben gevierd. Bij de doop van Jezus in de Jordaan wordt Hij aangewezen als de welbeminde Zoon. In Christus zoekt de Vader ons op. Teken van god­de­lijke soli­da­ri­teit.

Ook wij zijn gedoopt. Op ieder van ons heeft God zijn hand gelegd. Hij geeft ons kracht om als verant­woor­de­lijke chris­te­nen te leven juist ook in deze nare en spannende tijd. Op wat lan­gere termijn lijkt er licht aan de horizon te schijnen. Maar de ko­men­de maan­den wor­den nog las­tig. Wij moeten nog even de woes­tijn ac­cep­teren voordat er meer vrij­heid en spontani­teit in het beloofde land moge­lijk zal wor­den.

Levens­ver­nieu­wing

Het Evan­ge­lie bracht ons zon­dag opnieuw naar de Jordaan. Johannes de Doper heeft daar een massale doop­be­we­ging op gang gebracht. Aan de oevers van de rivier spreekt hij mensen aan en daagt hen uit om hun leven nog eens goed te over­we­gen. Mensen moeten zich laten dopen als een uiter­lijk teken van inner­lijke reini­ging. Want er staan grote dingen te gebeuren. De Messias is op komst. Johannes is er diep van overtuigd dat een beke­ring van het hart nodig is. Hij heeft met een scherpe blik om zich heen gekeken. Hij kent de wereld en hij kent het hart van ons mensen. Hij ziet het krabben en het klauwen. Hij ziet het onrecht en de onvrede. Er is zoveel dat het verbond met God weerspreekt.

Wanneer Johannes vandaag zou hebben geleefd dan zou hij onge­twij­feld wijzen naar oorlogs­ge­bie­den in Jemen en Ethiopië. Maar ook naar de 80 miljoen vluch­te­lingen die te vaak aan hun lot wor­den over­ge­la­ten. Maar ook dichter bij huis zou Johannes kunnen wijzen op onze eigen jaloezie, op onze zucht om de eerste te willen zijn; onze roddel en achterklap. Kijk maar, zegt Johannes, kijk in de spiegel en ontdek jezelf. Daarom klinkt die oproep tot omme­keer en levens­ver­nieu­wing. De doop is daar­van een teken. Water zuivert en kan zo een teken zijn van een nieuwe start.

Doop van Jezus: soli­da­ri­teit met falende mensen

In het Evan­ge­lie lezen wij dat ook Jezus zich meldt bij Johannes. En Hij stelt een op­val­lende daad. Hij daalt af in het doop­wa­ter en laat zich door de Doper dopen. Op het eerste gezicht is dat vreemd en ver­won­der­lijk. Want Jezus heeft toch geen beke­ring nodig. Hij is bij uitstek de Recht­vaar­dige die helemaal open is voor God en voor de mensen. En toch daalt hij af in het water van de Jordaan. Christus wordt zo helemaal één met ons. Midden onder zon­daars en bede­laars neemt Hij plaats. De ene Recht­vaar­dige verk­laart zich solidair met falende en liefde­loze mensen. Niet alleen op het kruis van Golgotha, maar ook al bij het afdalen in de Jordaan. Hij die geen doopsel van beke­ring nodig heeft, verbindt zich met allen die dat doopsel wel nodig hebben. Het gaat om een vrij­wil­lige zelfgave die heel het open­ba­re leven van Christus zal bepalen en die een hoogte­punt krijgt op het kruis, tot onze ver­zoe­ning.

Als Jezus het doopsel ont­vangt, krijgen wij een doorkijk op wie Hij is. De veelge­liefde Zoon van de Vader. God zoekt ons op. In Christus toont de Vader hoe­zeer Hij van ons houdt en ons nabij wil zijn. Jezus onthult Gods zacht­moe­dig­heid en geduld; zijn verzoenende liefde. De con­touren van het optre­den van de Heer vin­den wij terug bij de profeet Jesaja. Jezus roept niet en schreeuwt niet. Als de Barm­har­tige breekt Hij het geknakte riet niet, noch dooft Hij de kwijnende pit. Geknakt riet en een dovende pit zijn treffende beel­den voor de situatie van ons mensen. Ons bestaan is immers gebroken. Wij verlangen naar geluk en vrede maar niet zel­den leeft er onvrede in ons hart. Wij zijn kleine, broze mensen die kwets­baar leven voor Gods aange­zicht. Bij die stand van zaken komt Christus bij ons staan. Niet verwijtend maar solidair; niet verstotend maar vol aanvaar­ding. De geschon­den mens wordt genezen, de schul­dige mens ont­vangt ver­ge­ving en de hulpe­loze mens ont­vangt nieuw levensmoed.

Ons eigen doopsel

Wij zijn ook gedoopt. Wij ont­vingen niet het doopsel van Johannes. Wij zijn gedoopt in de naam van de Vader, de Zoon en de Geest. God heeft op ieder van ons zijn hand gelegd. Ons eigen doopsel wil meer zijn dan een etiket, meer dan een ritueel. Als het goed is, valt dat ook te zien aan onze manier van sa­men­le­ven met God en met elkaar. Wij zijn ge­roe­pen om Gods liefde te delen met elkaar. Johannes doopt met water; Christus doopt ons met de Geest. En dat is, hope­lijk, niet alleen een vrome kreet. Christus schenkt ons de Geest als Helper en Trooster. Juist in deze las­tige dagen kunnen wij de hulp en de troost van de Heer na­tuur­lijk ont­zet­tend goed gebruiken. Wij blijven ge­roe­pen om een bijdrage te leveren aan de opbouw van onze Kerk. Door de corona­cri­sis spreken wij daar min­der over maar de inzet voor een missio­naire Kerk blijft actueel. Gods Geest maakt ons hope­lijk crea­tief om wegen te vin­den om het Evan­ge­lie van Gods onvoor­waar­de­lijke liefde in Christus te delen met ons tijdgenoten.

U weet dat ik mij zorgen maak over het gebrek aan hoffe­lijk­heid en de toename van de verhar­ding in ons samen­le­ving. Met afschuw hebben de meesten van ons afgelopen week gekeken naar de beel­den uit Washington. Chris­te­nen zou­den aan de verhar­ding niet mee moeten doen. Niet alleen uit bescha­ving maar juist ook geïnspireerd door ons geloof. Ieder mens is een schepsel van God en heeft daardoor een unieke waar­dig­heid. En juist in een gepola­riseerde samen­le­ving zijn chris­te­nen ge­roe­pen om het bonum commune, het alge­meen wel­zijn te dienen. Laten wij vooral zoeken naar wat ons verbindt en in on­der­lin­ge samen­wer­king de noden van onze tijd bij de horens vatten.

Woes­tijn en beloofd land

Ik schrijf dit Woord ter bemoe­diging mid­den in de tweede lockdown. Doordat het vaccinatie­pro­gramma is opgestart, lijkt er op lan­gere termijn licht aan het einde van de tunnel te schijnen. Maar op korte termijn staan de meeste seinen nog op rood. De besmet­tingen blijven veel te hoog en de druk op de zorg is nog steeds zeer groot. In Bijbelse termen zijn wij voorlopig nog in de woes­tijn. Juist nu moeten wij als chris­te­nen onze verant­woor­de­lijk­heid nemen en alles doen om het aantal besmet­tingen in te dammen. In de hui­dige omstan­dig­he­den zijn geduld, uit­hou­dings­ver­mo­gen en veer­kracht be­lang­rijke waar­den. In kracht van de troos­ten­de en helpende Geest van de Heer is er veel moge­lijk.

Laten wij er zijn voor elkaar, juist ook voor mensen die in deze tijd extra een­zaam zijn. Een klein gebaar van humani­teit kan vaak het verschil maken. Een glimlach, een brief, een mail, een tele­foontje, een klein cadeau of een mooie bos bloemen. Het is vaak een kleine moeite maar geeft groot plezier. Wij allen zijn kleine en kwets­ba­re mensen. Ons leven is geschon­den en broos. Maar de Trooster en Helper kan ons bemoe­digen en sterk maken. Laten wij vol­hou­den. Nog even de woes­tijn ac­cep­teren voordat er hope­lijk meer vrij­heid en spontani­teit in het beloofde land moge­lijk zal zijn.

+Mgr. dr. Gerard de Korte
bis­schop van ’s-Hertogen­bosch






Parochie
Heilige Franciscus 
Kerkstraat 4
5721 GV Asten
(0493) 69 13 15
secretariaat@rkfranciscus.nl
Google Maps
Like ons op Facebook Like ons op Facebook!

 


Volg ons op Twitter Volg ons op Twitter

Deze website is ontworpen en wordt onderhouden door iMoose