Het grootste wonder
De familiezondag van 2 maart stond in het teken van wonderen. De onderbouwgroep had het over de Bruiloft te Kana. Jezus was daar te gast, maar de wijn was op. Hij deed zijn eerste wonder door water in wijn te veranderen.
De kinderen hebben zelf ook iets van die teleurstelling en die verbazing ervaren, want er was geen ranja deze keer: alleen water! Tot de druiven tevoorschijn kwamen… ‘Dit heeft met vertrouwen te maken’, vertelt Christien. ‘Vertrouwen dat Jezus alles toch weer goed kan maken. En dat wij de volgende keer wel weer ranja meenemen’.
De middenbouwgroep las het verhaal over de lamme die door een gat in het dak wordt neergelaten en aan Jezus’ voeten neergelegd. Ook hier deed Jezus een wonder, de lamme genas, maar hij vergaf ook diens zonden. De omstanders vonden dat raar, want alleen God kan zonden vergeven. Maar Jezus was ook niet zomaar iemand... De kinderen hebben het verhaal nagespeeld, zodat ze het beter konden onthouden. Een leuke ervaring.
De bovenbouwgroep had een gesprek over wat er vóór Pasen met Jezus gebeurde. Deze groep is ook naar de kerk gegaan om de kruisweg te bekijken. Geen lichte kost. Lucia en Mattias leggen uit: ‘Deze kinderen zijn oud genoeg om dit verhaal een beetje te kunnen plaatsen. Het moet echt verteld worden: het gaat in ons geloof immers juist om Jezus en om zijn dood en verrijzenis. En wij hebben allemaal weleens iets te dragen dat moeilijk is…’
De pastoor lichtte toe hoe we al die wonderen moeten zien. ‘Jezus is geen tovenaar. Zijn wonderen zijn geen trucje, ze hebben te maken met iets wat aan de binnenkant gebeurt. Ze hebben een geestelijke betekenis, iets te maken met verandering in iemands afstand tot God of iemands manier van leven. Het Rijk van God is gekomen.’
In de kerk mochten de kinderen die bij de musical van 15 februari geweest waren nog een keer een musicalliedje meezingen en -dansen met de Koemi-kids. De pastoor vervolgde: ‘De verrijzenis van Jezus is het grootste wonder van alles. Maar Jezus kan ook wonderen doen in ons eigen leven! Daardoor gaan wij meer op hem lijken. En iedereen zal dat kunnen zien.’